Schwedenbecher
21/7/2021 – Ummanz – Van Schaprode gaat het naar het eiland Ummanz. We rijden een rondje rond het eiland voor we naar ons hotel Kiebitzort gaan. Wat valt op? MUGGEN! Klein maar driftig en aanvallend. Gwen heeft het zoetste bloed en haar benen zien er snel uit alsof ze door een hagelgeweer beschoten is. Op de kamer gelukkig geen bijters. Het restaurant is vandaag dicht en we fietsen na een douche naar Bauer Lange, een boerderij met eetgelegenheid. Op weg naar daar valt ons oog op de Erste Edeldestillerie van Rügen. We zijn nog voor sluitingsuur, maar worden van top tot teen bekeken door de eigenaar en – vermoedelijk - zijn dochter. ‘Bitte, bitte, mit Corona nur zwei Personen. ’ In feite vier, maar aangezien vader en dochter zich ook in de ontvangstruimte bevinden, gaan Jeroen en ik binnen en bestellen vier Schnaps. Wij iets straf van Jacques Lebel appelen en voor Gwen en Karin iets op basis van kersen. We slaan ze buiten achterover, tegen de gevel van het gebouw. Op één been kan je niet staan en de tweede ronde volgt snel, ik probeer eentje op basis van Conferenceperen. Jeroen vraagt wat uitleg over de stookkunst van het duo en etaleert zijn appelkunde. Nadat we de glazen teruggebracht hebben, gaat de deur snel op slot. Ik voel me een beetje een pestlijder. We hebben 70 km op de teller en onze spijsdrift verhoogt. Bauer Lange is een ervaring. Het is een Erlebnishof, waar kinderen zich op opeengestapelde strobalen kunnen vermaken of eendjes voeren. Het is een gezellig samenraapsel van stallen en schuren, één ervan is een restaurant. Alles bio natuurlijk. We eten een Schlemmerschnitzel, een rare combinatie van gebakken aardappelen, een reuzenschnitzel met bearnaise-champignonsaus en coleslaw. Het gaat binnen zonder moeite. Jeroen heeft een Dornfelder uit de Pfalz gekozen om dat alles zwemvaardig te maken. Dan nog alle vier een Schwedenbecher, een specialiteit uit het DDR-kookboek. Vanille-ijs, appelmoes, advocaat en slagroom. Geen dieetkost. Niet dat ze dat in Zweden eten. Het verhaal wil dat DDR-kopstuk Walter Ulbricht deze ijscoupe zat te eten in de Berlijnse wijk Pankow in 1952. Hij keek toen naar de olympische ijshockeymatch tussen Zweden en de jonge Bondsrepubliek. De Zweden wonnen met 7 tegen 3 en Ulbricht had zoveel leedvermaak dat hij zijn ijscreatie de naam ‘Schwedenbecher’ gaf. Alvorens naar het hotel terug te gaan, bezoeken we nog even de laatste schuur van Bauer Lange: Siggi’s, een overdekte brocantemarkt. Karin koopt een oude ring met een barnsteen en Jeroen laat zich net niet vangen aan een fifties stereomeubel.
| Schwedenbecher |
Straffe kost |
De herberg is gesloten...
BeantwoordenVerwijderen